Over de auteur

Ik heb medische sociologie gestudeerd aan de universiteit van Nijmegen en in 2000 ben ik aan de universiteit van Maastricht gepromoveerd in de gezondheidswetenschappen. Mijn proefschrift ging destijds over de sociale gevolgen van een beroerte. Daarmee was mijn belangstelling geboren voor het maatschappelijk onheil als gevolg van een ongelukje in de hersenen .

In de jaren daarna heb ik mij voor mijn werkgever, het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (later Vilans) intensief bezig gehouden met de zorg voor kinderen en jongeren met NAH. Hoe dieper ik in dit onderwerp dook, hoe meer ik me verbaasde over de tekorten in de zorg voor deze omvangrijke groep. Ik ontdekte dat er nog heel veel onbekendheid bestaat over de gevolgen van NAH, dat specifieke expertise ontbreekt en dat bestaande expertise onvoldoende benut wordt. Door toedoen van velen is er de laatste jaren wel het een en ander ten goede veranderd. Niettemin is er nog veel werk te verzetten want zoals blijkt uit mijn boek kunnen kinderen met NAH nog steeds niet rekenen op goede zorg. Om hier een aanzet toe te geven heb ik het boek “Over het hoofd gezien” geschreven.

Zo kan ik er met mijn pet niet bij dat dokters nog zo weinig weten over de onzichtbare lange termijngevolgen van NAH bij kinderen. Het is een bittere realiteit dat er op Nederlandse scholen tienduizenden leerlingen met NAH zitten zonder dat hun leraren hier weet van hebben, laat staan dat ze in staat zijn om passend onderwijs te bieden aan deze leerlingen. Jonge mensen met NAH kunnen hierdoor niet meedoen in de samenleving en dat is iets wat ik niet accepteer.

In de loop der jaren heb ik tientallen nationale en internationale wetenschappelijke congressen over NAH bezocht en toegesproken. Ik heb er geleerd dat de situatie in andere landen niet veel beter is dan bij ons. Samen met vooraanstaande deskundigen van over de hele wereld heb ik daarom de International Pediatric Brain Injury Society opgericht. In deze organisatie proberen we wereldwijd de zorg voor kinderen met NAH te verbeteren. Het is hard nodig en ik hoop dat mijn boek hier een steentje aan bijdraagt.

Eric Hermans